Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2025
Onder 9.8 Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2025
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2025, ECLI:NL:PHR:2025:752.
Voor de toepassing van art. 6:37 BW is vereist dat de schuldenaar niet weet en redelijkerwijs ook niet kan weten aan wie van meerdere als schuldeiser in aanmerking komende personen hij moet betalen. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat hierin zowel een subjectief als een objectief goedetrouwvereiste besloten ligt: de schuldenaar dient niet alleen zelf in twijfel te verkeren over degene jegens wie de nakoming dient te geschieden, maar deze twijfel moet tevens naar objectieve maatstaven gerechtvaardigd zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed83d8bbd6b55305c87bf6f4055fc5301a292ef36286a8f15970ea8f33e2be3e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed83d8bbd6b55305c87bf6f4055fc5301a292ef36286a8f15970ea8f33e2be3e, en de alinea staat in dat document op bytes 75208 tot 75794.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed83d8bbd6b55305c87bf6f4055fc5301a292ef36286a8f15970ea8f33e2be3e | shasum -a 256