Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2025

Onder 1.3 Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2025, ECLI:NL:PHR:2025:752.

Ook is de boedel in beginsel de wettelijke verhoging verschuldigd over loon dat als boedelschuld kwalificeert. Daarbij maakt het niet uit of het gaat om loonaanspraken die vallen onder de loongarantieregeling. Ook maakt het niet uit of onzeker is of de boedel ten tijde van de slotuitdeling voldoende middelen zal hebben om de boedelschuld met inachtneming van de tussen de boedelschuldeisers geldende onderlinge rangorde te voldoen. De wettelijke verhoging is niet meer verschuldigd voor zover en nadat de werkgever/curator de loonschuld of een deel daarvan heeft voldaan. Ook is de wettelijke verhoging niet meer verschuldigd als het UWV een loonvervangende uitkering heeft betaald aan de werknemer (voor zover deze de loonvordering dekt). Ook kan de rechter de wettelijke verhoging matigen op grond van art. 7:625 lid 1, laatste volzin, BW. Of er aanleiding is voor matiging, hangt af van alle feiten en omstandigheden van het geval. Betalingsonmacht kan hierbij een rol spelen, zodat van belang kan zijn of er voldoende boedelactief is. De wettelijke verhoging over loon dat als boedelschuld kwalificeert vormt zelf ook een boedelschuld. Deze boedelschuld is op grond van art. 3:288 onder e BW bevoorrecht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed83d8bbd6b55305c87bf6f4055fc5301a292ef36286a8f15970ea8f33e2be3e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed83d8bbd6b55305c87bf6f4055fc5301a292ef36286a8f15970ea8f33e2be3e, en de alinea staat in dat document op bytes 6525 tot 7749.