Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 september 2025

Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 9 september 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 september 2025, ECLI:NL:PHR:2025:937.

Het cassatiemiddel mist dus feitelijke grondslag voor zover het klaagt dat het hof niet heeft gemotiveerd waarom het de verklaringen van de aangeefster betrouwbaar acht. Klachten over die beoordeling van de betrouwbaarheid door het hof bevat het middel niet. Verder blijkt uit de overwegingen van het hof niet, dat het hof is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting over het “dwingen” tot het ondergaan van seksuele handelingen als bedoeld in art. 242 (oud) Sr. Dat, zoals het middel als mogelijkheid poneert, geen sprake kan zijn van dit dwingen als kort na de seksuele handelingen het slachtoffer wel instemt met daaropvolgende seks, is een opvatting die geen steun vindt in het recht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea221f493b1c912b77bf7a88fb022b918b7f83fd76a378c484439add67f759ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea221f493b1c912b77bf7a88fb022b918b7f83fd76a378c484439add67f759ff, en de alinea staat in dat document op bytes 15453 tot 16161.