Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2025
Onder 3.11.2 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2025
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2025, ECLI:NL:PHR:2025:96.
“Dat de verliezende partij in de proceskosten pleegt te worden veroordeeld, vindt (…) niet zijn grond in een verplichting tot schadevergoeding, maar in andere overwegingen die zich aldus laten samenvatten, dat het verbod van eigenrichting en de daarmee samenhangende, vrijwel onbeperkte vrijheid een ander in rechte te betrekken en zich in rechte tegen eens anders aanspraken te verdedigen, kan meebrengen dat het gerechtvaardigd is de kosten van het geding, voor zover zij niet ten laste van de overheid blijven, over partijen te verdelen op een wijze waarbij aan overwegingen van procesrisico en procesbeleid mede betekenis wordt toegekend, onder meer om te voorkomen dat de voormelde vrijheid door de vrees voor een veroordeling tot omvangrijke proceskosten in het gevaar zou worden gebracht (…). Dit kan verklaren waarom de proceskosten waarin de verliezende partij veelal wordt veroordeeld vaak geen volledige vergoeding opleveren van hetgeen de winnende partij aan het proces ten koste heeft gelegd. (…) Een volledige vergoedingsplicht is wel denkbaar, doch alleen in ‘buitengewone omstandigheden’. (…) Daarbij dient te worden gedacht aan misbruik van procesrecht en onrechtmatige daad.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54076caa7f858f2d8f27b57fad6baca95e32510267d2a22831745bca4bf6ed02. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54076caa7f858f2d8f27b57fad6baca95e32510267d2a22831745bca4bf6ed02, en de alinea staat in dat document op bytes 41692 tot 42914.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/54076caa7f858f2d8f27b57fad6baca95e32510267d2a22831745bca4bf6ed02 | shasum -a 256