Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2025

Onder 3.15.2 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2025, ECLI:NL:PHR:2025:96.

Dit argument spreekt niet aan, omdat de proceskostenveroordeling op de voet van art. 237 Rv volgens het liquidatietarief als uitgangspunt een begrenzing meebrengt van de verplichting van de in het ongelijk gestelde partij om de proceskosten van de andere partij te vergoeden (zie hiervoor in 3.11.2). Het argument gaat voorts voorbij aan de hiervoor in 3.6.2 bedoelde uitgangspunten. In dit verband merk ik op dat het argument dat de kosten in verstekprocedures in de praktijk niet (zeer) hoog zijn, niet cijfermatig is onderbouwd. Het is dus niet mogelijk te bezien van welke bedragen voor dergelijke kosten de wederpartij van de consument op het moment van contractsluiting kennis kon hebben en welke gevolgen deze konden hebben voor de latere uitvoering van de overeenkomst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54076caa7f858f2d8f27b57fad6baca95e32510267d2a22831745bca4bf6ed02. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54076caa7f858f2d8f27b57fad6baca95e32510267d2a22831745bca4bf6ed02, en de alinea staat in dat document op bytes 47588 tot 48413.