Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026
Onder 4.14 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026, ECLI:NL:PHR:2026:107.
Het lijkt mij moeilijk vol te houden dat bij toewijzing van (een of meer van) de vorderingen A, B en D de individuele belanghebbenden hiermee op geen enkele manier zullen zijn geholpen bij het bereiken van hun doel om (in of buiten rechte) de door hen gestelde schade te verhalen op Rabobank c.s. Bij toewijzing van (een of meer van) de vorderingen A, B en D zal immers vast komen te staan dat (medewerkers van) Rabobank c.s. in de relevante periode zich schuldig hebben gemaakt aan (pogingen tot) de ongeoorloofde beïnvloeding van de JPY LIBOR, waardoor zij onrechtmatig hebben gehandeld en daarmee aansprakelijk kunnen worden gehouden voor de schade die als gevolg daarvan is veroorzaakt. De belanghebbenden zullen zich in individuele procedures of in het kader van pogingen tot een minnelijke oplossing op deze uitkomst van de collectieve actie kunnen beroepen. Het lijkt mij dat de belanghebbenden met deze uitkomst in de hand in een sterkere (onderhandelings)positie zullen komen te staan tegenover Rabobank c.s. Indien (een of meer van) de vorderingen A, B en D worden toegewezen, zal in vervolgprocedures (hierop voortbordurend) vastgesteld moeten worden of in de relevante periode een specifieke belanghebbende is getroffen door een specifieke fixing die aan Rabobank c.s. kan worden toegeschreven en of deze belanghebbende daardoor (per saldo) verlies heeft geleden. Het hof heeft hiervoor oog gehad door in rov. 4.20 te overwegen dat het in de rede ligt dat ‘de schadebegroting per Belanghebbende een nadere feitenvaststelling zal vergen met betrekking tot hun individuele transacties en mogelijk met betrekking tot (meer) concrete gevallen van beïnvloeding van de rentebenchmarks’. Dit neemt echter niet weg, zo voegt het hof hier terecht aan toe, dat ‘beoordeling van de vorderingen A, B en D in deze collectieve actie kan bijdragen aan een efficiënte en effectieve rechtsbescherming’. Dit oordeel lijkt mij juist en ook begrijpelijk, nu in deze collectieve actie een generiek onrechtmatigheidsoordeel wordt gevraagd over de vermeende (pogingen tot) ongeoorloofde beïnvloeding van de JPY LIBOR door Rabobank c.s., zonder in te gaan op de bijzonderheden van individuele gevallen. De belanghebbenden zijn hiermee geholpen, omdat hun aanspraak op schadevergoeding afhankelijk zal zijn van de (in alle individuele gevallen aan de orde te stellen) vraag naar de aansprakelijkheid van Rabobank c.s. wegens de ongeoorloofde beïnvloeding van de JPY LIBOR op grond van de aan de vorderingen A, B en D ten grondslag gelegde gedragingen; die vraag vormt de inzet van deze collectieve actie. In deze collectieve actie kan op een efficiënte en effectieve manier worden vastgesteld of Rabobank c.s. onrechtmatig hebben gehandeld op grond van de aan de vorderingen A, B en D ten grondslag gelegde gedragingen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9804ee911d2e6d3ffcc833ad8c2e6d01c060292a6edd3188997268e8877d31e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9804ee911d2e6d3ffcc833ad8c2e6d01c060292a6edd3188997268e8877d31e5, en de alinea staat in dat document op bytes 122782 tot 125615.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9804ee911d2e6d3ffcc833ad8c2e6d01c060292a6edd3188997268e8877d31e5 | shasum -a 256