Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026

Onder 4.30 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026, ECLI:NL:PHR:2026:107.

Subonderdeel 1f ziet op de overwegingen van het hof in rov. 4.19 (i) dat aan de vorderingen A(3) en D ten grondslag is gelegd dat het Unierechtelijk kartelverbod is overtreden, dus dat sprake is van samenspanning door Rabobank c.s. met een onmiddellijk en wezenlijk effect binnen de Europese Unie, (ii) dat de vorderingen zich daarom lenen voor bundeling, ook al zal het recht dat van toepassing is op de onrechtmatige daad mogelijk tot (verdere) beoordeling van de aansprakelijkheid van Rabobank c.s. naar verschillende rechtsstelsels leiden, en (iii) dat de vorderingen bewerkstelligen dat het daaraan ten grondslag gelegde onrechtmatig handelen van Rabobank c.s. – waaronder de aan de vorderingen A(3) en D ten grondslag gelegde overtreding van het Unierechtelijk kartelverbod, die (nog) niet is vastgesteld in een beschikking van de Europese Commissie of een nationale mededingingsautoriteit – in één keer in deze procedure kan worden beoordeeld. Voor zover het hof deze overwegingen ten grondslag heeft gelegd aan zijn oordeel dat de belanghebbenden zijn gebaat bij deze collectieve actie, kunnen zij dat oordeel volgens het middel niet dragen. De beoordeling van de vorderingen A(3) en D biedt geen uitsluitsel over de vraag of jegens een individuele belanghebbende onrechtmatig is gehandeld, zodat hoe dan ook op individuele basis moet worden geprocedeerd. Dit geldt te meer (i) indien de vordering van een belanghebbende in een individuele procedure moet worden beoordeeld aan de hand van een ander toepasselijk recht, en (ii) nu de enkele vaststelling van een schending van het Unierechtelijk kartelverbod niet (zonder meer) met zich brengt dat sprake is van onrechtmatigheid jegens de belanghebbenden. De vorderingen A(3) en D kunnen dan ook niet bijdragen aan het vorderen van schade in een individuele procedure. Aldus kan het beweerde onrechtmatig handelen ook niet (voor de vorderingen A(3) en D) in één keer in deze procedure worden vastgesteld, hetgeen het hof zou hebben miskend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9804ee911d2e6d3ffcc833ad8c2e6d01c060292a6edd3188997268e8877d31e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9804ee911d2e6d3ffcc833ad8c2e6d01c060292a6edd3188997268e8877d31e5, en de alinea staat in dat document op bytes 142303 tot 144368.