Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026

Onder 3.17 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026, ECLI:NL:PHR:2026:107.

In aansluiting op de vorige klacht voert subonderdeel 1.2 aan dat het hof heeft miskend dat de enkele omstandigheid dat partijen uit verschillende landen deelnemen aan een op zichzelf rechtmatige activiteit, het JPY LIBOR panel, nog niet maakt dat het voor ieder van hen redelijkerwijs voorzienbaar is dat zij voor een vordering die betrekking heeft op vermeende onregelmatigheden bij die activiteit, in rechte zouden kunnen worden betrokken voor het gerecht in de lidstaat van de woonplaats van elk van de andere deelnemers aan die activiteit. Als het hof dit niet heeft miskend, is het oordeel van het hof dat het dagvaarden van Lloyds c.s. in Nederland voor ieder van hen redelijkerwijs voorzienbaar was, zonder nadere motivering onbegrijpelijk. Niet in geschil is immers dat de JPY LIBOR een legitiem panel van de British Bankers’ Association was dat uit zestien banken bestond, waarvan enkel Rabobank in Nederland is gevestigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9804ee911d2e6d3ffcc833ad8c2e6d01c060292a6edd3188997268e8877d31e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9804ee911d2e6d3ffcc833ad8c2e6d01c060292a6edd3188997268e8877d31e5, en de alinea staat in dat document op bytes 54215 tot 55201.