Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026

Onder 3.18 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026, ECLI:NL:PHR:2026:107.

De klacht faalt voor zover deze voortbouwt op subonderdeel 1.1. Voor het overige geldt het volgende. Wanneer de vereisten voor het aannemen van rechtsmacht op grond van art. 8 sub 1 Brussel I-bis zijn vervuld, wordt op grond van de rechtspraak van het HvJ EU verondersteld dat voor de medegedaagden is voldaan aan het aan de Verordening Brussel I-bis ten grondslag liggende beginsel van de voorzienbaarheid van de rechtsmacht. Nu volgens het hof is voldaan aan de voorwaarden van art. 8 sub 1 Brussel I-bis, hadden Lloyds c.s. ieder voor zich redelijkerwijs kunnen voorzien dat zij voor hun betrokkenheid bij de vermeende ongeoorloofde beïnvloeding van de JPY LIBOR gedagvaard zouden kunnen worden voor een gerecht buiten hun eigen forum. Anders dan het middel veronderstelt, slaat het oordeel van het hof over de voorzienbaarheid van de rechtsmacht voor Lloyds c.s. niet op de rechtmatige deelname van Lloyds c.s. aan het JPY LIBOR panel, maar op de door de Stichting aan vordering D ten grondslag gelegde samenwerking tussen Rabobank c.s. die zou hebben geleid tot de vermeende onregelmatigheden bij de vaststelling van de JPY LIBOR.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9804ee911d2e6d3ffcc833ad8c2e6d01c060292a6edd3188997268e8877d31e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9804ee911d2e6d3ffcc833ad8c2e6d01c060292a6edd3188997268e8877d31e5, en de alinea staat in dat document op bytes 55265 tot 56414.