Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026

Onder 3.19 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026, ECLI:NL:PHR:2026:107.

Subonderdeel 1.3 wijst erop dat UBS c.s. in hoger beroep naar voren hebben gebracht dat het voor hen evident niet voorzienbaar was dat zij ten aanzien van vordering D gedagvaard zouden worden in Nederland als het thuisforum van ankergedaagde Rabobank. In dit verband noemt het middel de volgende stellingen van UBS c.s.: (a) Nederland is niet de plaats van de statutaire zetel, de hoofdvestiging of het hoofdbestuur van UBS c.s.; (b) geen van de gedragingen die de Stichting toedicht aan UBS c.s. heeft plaatsgevonden in Nederland; (c) [betrokkene 1] (UBS Japan) verrichtte geen werkzaamheden in Nederland, hetzelfde gold voor [betrokkene 2] (Rabobank); (d) JPY LIBOR rentebenchmarks refereren niet aan de Nederlandse interbancaire geldmarkt; (e) UBS Zwitserland heeft nooit enige JPY LIBOR submission ingediend vanuit Nederland, UBS Japan heeft überhaupt nooit een JPY LIBOR submission ingediend; (f) de berekening, vaststelling en distribuering aan dataleveranciers van de dagelijkse JPY LIBOR rentebenchmarks door Reuters vond niet in Nederland plaats; (g) gedurende de relevante periode stonden JPY LIBOR submissions onder auspiciën van de British Bankers’ Association, die niet in Nederland is gevestigd; (h) de achterban van de Stichting kan, gelet op de ruime statutaire definitie van belanghebbende, heel wel bestaan uit bijvoorbeeld Amerikaanse of Aziatische professionele marktpartijen, terwijl de betaling of transactie niet eens vanuit een vestiging, het kantoor of de branche in de Europese Unie behoefde te zijn verricht; (i) UBS c.s. en Rabobank behoren niet tot hetzelfde concern. Deze stellingen zijn door het hof verworpen met de overweging, dat niet van belang is waar de gestelde afstemming (met het oog op de ongeoorloofde beïnvloeding van de JPY LIBOR) feitelijk plaatsvond en of vordering D al dan niet een reële band heeft met Nederland (rov. 4.11, laatste volzin). Volgens de klacht heeft het hof hiermee blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Als de gedragingen die UBS c.s. worden verweten geen concrete band met Nederland hebben, is het voor UBS c.s. niet voorzienbaar dat zij in Nederland gedagvaard zouden kunnen worden, althans doet dit af aan die voorzienbaarheid. Zonder nadere motivering valt niet in te zien waarom de stellingen van UBS c.s. over het ontbreken van een reële band met Nederland in dit verband niet van belang zijn, aldus de klacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9804ee911d2e6d3ffcc833ad8c2e6d01c060292a6edd3188997268e8877d31e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9804ee911d2e6d3ffcc833ad8c2e6d01c060292a6edd3188997268e8877d31e5, en de alinea staat in dat document op bytes 56478 tot 58937.