Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026

Onder 3.27 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026, ECLI:NL:PHR:2026:107.

Subonderdeel 2.2 betoogt dat het hof heeft miskend dat art. 8 sub 1 Brussel I-bis strikt moet worden uitgelegd en dat voor de toepassing van deze bepaling is vereist dat de vorderingen tegen ankergedaagde Rabobank en medegedaagden Lloyds c.s. zien op dezelfde tijdsperiode. Indien de vordering tegen de ankergedaagde ziet op een andere tijdsperiode dan de vorderingen tegen de medegedaagden, bestaat geen risico dat bij afzonderlijke berechting van die vorderingen door verschillende gerechten onverenigbare beslissingen worden gegeven. Indien het hof het voorgaande niet heeft miskend, is zonder nadere motivering onbegrijpelijk het oordeel dat de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is om kennis te nemen van vordering D op UBS c.s. voor zover deze ziet op de periode vóór 1 januari 2005, en van vordering D op ICAP voor zover deze ziet op de periode na 30 november 2010. Het hof heeft vastgesteld dat vordering A(3) op Rabobank betrekking heeft op de periode 1 januari 2005 t/m 30 november 2010. De temporele reikwijdte van vordering D is ruimer: naar de vaststelling van het hof heeft deze vordering betrekking op de periode vanaf 1 januari 2001 (UBS c.s.) respectievelijk op de periode t/m 31 december 2010 (ICAP). Tot zover de klacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9804ee911d2e6d3ffcc833ad8c2e6d01c060292a6edd3188997268e8877d31e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9804ee911d2e6d3ffcc833ad8c2e6d01c060292a6edd3188997268e8877d31e5, en de alinea staat in dat document op bytes 68818 tot 70128.