Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026
Onder 3.32 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026, ECLI:NL:PHR:2026:107.
Subonderdeel 2.4 bevat motiveringsklachten tegen de onderbouwing van het oordeel van het hof in rov. 4.10 dat de vorderingen A(3) en D zien op dezelfde feitelijke situatie in de zin van art. 8 sub 1 Brussel I-bis. De klachten hebben betrekking op de in rov. 4.10 vermelde UBS SOF met betrekking tot UBS Zwitserland (subonderdeel 2.4.1) en op de transcripties van gesprekken van een medewerker van UBS Japan (subonderdeel 2.4.2). Volgens de klachten volstaat het hof in rov. 4.10 met algemene verwijzingen naar de betrokkenheid van UBS c.s. bij de vermeende ongeoorloofde beïnvloeding van de JPY LIBOR, terwijl het hof had moeten nagaan of specifieke communicatie tussen UBS c.s. en Rabobank bestaat met betrekking tot de onregelmatigheden bij de vaststelling van de JPY LIBOR op een bepaalde dag en met een bepaalde looptijd. Die algemene verwijzingen kunnen volgens het middel niet het oordeel van het hof dragen dat de vorderingen A(3) en D dezelfde feitelijke situatie betreffen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9804ee911d2e6d3ffcc833ad8c2e6d01c060292a6edd3188997268e8877d31e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9804ee911d2e6d3ffcc833ad8c2e6d01c060292a6edd3188997268e8877d31e5, en de alinea staat in dat document op bytes 78622 tot 79667.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9804ee911d2e6d3ffcc833ad8c2e6d01c060292a6edd3188997268e8877d31e5 | shasum -a 256