Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026

Onder 3.33 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026, ECLI:NL:PHR:2026:107.

De klachten zijn een herhaling van of borduren voort op tevergeefs voorgestelde klachten in het vorige subonderdeel. De uitleg van stellingen die van belang zijn voor de beoordeling van eenzelfde situatie feitelijk in de zin van art. 8 sub 1 Brussel I-bis, is voorbehouden aan de feitenrechter. Kennelijk en niet onbegrijpelijk is het hof van oordeel dat, in het kader van de prima facie beoordeling van de rechtsmacht, de Stichting, door zich te beroepen op ‘de CFTC-Orders en andere bevindingen waarvan niet nu reeds duidelijk is dat die geheel buiten beschouwing moeten worden gelaten’ (rov. 4.11), voldoende heeft gesteld om eenzelfde feitelijke situatie te kunnen aannemen en dat het verweer van Lloyds c.s. onvoldoende is om hierover anders te oordelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9804ee911d2e6d3ffcc833ad8c2e6d01c060292a6edd3188997268e8877d31e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9804ee911d2e6d3ffcc833ad8c2e6d01c060292a6edd3188997268e8877d31e5, en de alinea staat in dat document op bytes 79731 tot 80507.