Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026
Onder 3.42 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026, ECLI:NL:PHR:2026:107.
Ik begrijp dit oordeel aldus, dat het hof tot uitdrukking heeft willen brengen dat (bij de behandeling van de verschillende vorderingen door de bevoegde fora van de woonplaats van de gedaagden) de voor toepassing in aanmerking komende rechtsstelsels van lidstaten en derde staten (in hoofdzaak) hetzelfde rechtskader bevatten voor de beoordeling van de vorderingen A(3) en D, althans dat deze rechtsstelsels ertoe strekken (in hoofdzaak) dezelfde rechtsgevolgen te bewerkstelligen. Om eenzelfde situatie rechtens in de zin van art. 8 sub 1 Brussel I-bis aan te kunnen nemen is, zoals hiervoor opgemerkt, niet vereist dat op de vorderingen hetzelfde materiële recht van toepassing is. Evenmin is hiervoor vereist dat op voorhand kan worden vastgesteld dat de aan de vorderingen ten grondslag gelegde gedragingen volgens de voor toepassing in aanmerking komende rechtsstelsels een onrechtmatige daad oplevert; dit past niet in de prima facie beoordeling van de rechtsmacht. Maar dat is, denk ik, ook niet wat het hof bedoelt in rov. 4.10. Het gaat erom dat de vorderingen A(3) en D, die op dezelfde rechtsgrondslag zijn gebaseerd, op basis van de voor toepassing in aanmerking komende rechtsstelsels van lidstaten en derde staten – naar de vaststelling van het hof – beoordeeld zullen moeten worden binnen (in hoofdzaak) hetzelfde rechtskader van een onrechtmatige daad, althans dat deze rechtsstelsels ertoe strekken (in hoofdzaak) dezelfde rechtsgevolgen te bewerkstelligen. Tegen deze achtergrond heeft het hof terecht geoordeeld dat met betrekking tot de vorderingen A(3) en D sprake is van dezelfde situatie rechtens in de zin van art. 8 sub 1 Brussel I-bis. Hierbij speelt ook een rol dat de Stichting een hoofdelijke aansprakelijkstelling beoogt van Rabobank c.s. op basis van dezelfde juridische grondslag (rov. 4.8, tweede volzin: ‘Beide vorderingen strekken in zoverre ertoe dat wordt vastgesteld dat Rabobank c.s. jegens de Belanghebbenden (hoofdelijk) aansprakelijk zijn uit hoofde van onrechtmatige daad (…)’). Ook dit duidt op het bestaan van een juridisch nauwe band tussen de vorderingen tegen de verschillende gedaagden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9804ee911d2e6d3ffcc833ad8c2e6d01c060292a6edd3188997268e8877d31e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9804ee911d2e6d3ffcc833ad8c2e6d01c060292a6edd3188997268e8877d31e5, en de alinea staat in dat document op bytes 87354 tot 89577.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9804ee911d2e6d3ffcc833ad8c2e6d01c060292a6edd3188997268e8877d31e5 | shasum -a 256