Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026

Onder 3.43 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026, ECLI:NL:PHR:2026:107.

De door het middel verlangde analyse van en vergelijking tussen het materiële recht dat volgens het conflictenrecht (van de bevoegde fora van de woonplaats van de gedaagden) van toepassing is op de vorderingen A(3) en (D), kon het hof achterwege laten, omdat het hof op grond van ‘hetgeen over en weer aangevoerd is’ door partijen met betrekking tot het toepasselijke recht, heeft geoordeeld dat voorshands voldoende aannemelijk is geworden dat een overtreding van het Unierechtelijke kartelverbod volgens de voor toepassing in aanmerking komende rechtsstelsels binnen hetzelfde rechtskader van een onrechtmatige daad beoordeeld zal moeten worden. Het hof is tot dit oordeel gekomen in het kader van de prima facie beoordeling van zijn rechtsmacht (‘gezien de uit te voeren toets in het kader van beoordeling van de rechtsmacht’), waarbij het hof mocht uitgaan van de stellingen van de eiser en de betwistingen van de verweerder, zonder op dit punt tot bewijslevering over te gaan. Hiermee is het hof niet vooruitgelopen op de inhoudelijke beoordeling van de vorderingen, omdat het hof duidelijk heeft gemaakt een ‘voorshands’ oordeel te geven in het kader van de prima facie beoordeling van de rechtsmacht. Subonderdeel 3.1 faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9804ee911d2e6d3ffcc833ad8c2e6d01c060292a6edd3188997268e8877d31e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9804ee911d2e6d3ffcc833ad8c2e6d01c060292a6edd3188997268e8877d31e5, en de alinea staat in dat document op bytes 89641 tot 90962.