Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026
Onder 4.5 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2026, ECLI:NL:PHR:2026:110.
Wanneer in het kader van een collectieve actie in een verklaring voor recht een onrechtmatigheidsoordeel wordt gevraagd, is aan het gelijksoortigheidsvereiste van art. 3:305a lid 1 (oud) BW voldaan, indien kan worden geabstraheerd van de bijzondere omstandigheden van de individuele belanghebbenden die pas relevant zijn bij vragen met betrekking tot bijvoorbeeld (omvang van de) schade, causaal verband en eigen schuld. Bij de beoordeling of de gelijksoortigheid van de belangen van de belanghebbenden toereikend is, behoeft dan ook niet te worden betrokken of en in welke mate de aansprakelijk gestelde partij tegenover de individuele belanghebbenden eventueel tot schadevergoeding gehouden zou zijn. Kortom, van belang is of de in een collectieve actie aan de orde gestelde vragen zich in gebundelde vorm lenen voor beantwoording zonder daarbij de bijzondere omstandigheden van de individuele belanghebbenden te betrekken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2c510b2f0486a4cc35ca67cdcd7607cbaecba68c2e9b95af1c9001a781b9a79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2c510b2f0486a4cc35ca67cdcd7607cbaecba68c2e9b95af1c9001a781b9a79, en de alinea staat in dat document op bytes 104342 tot 105408.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a2c510b2f0486a4cc35ca67cdcd7607cbaecba68c2e9b95af1c9001a781b9a79 | shasum -a 256