Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2026

Onder 9.53 Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2026, ECLI:NL:PHR:2026:129.

Vervolgens overweegt het hof in rov. 4.9.3 dat het inschakelen van een procesfinancier op zichzelf is toegestaan en vaak noodzakelijk is vanwege de kosten van een procedure als de onderhavige, om vervolgens in rov. 4.9.4 te responderen op de wens van Oracle en Salesforce dat zij inzage wensen in de financieringsovereenkomst. Het hof acht die inzage op dit moment niet nodig, omdat in dit stadium van de procedure voldoende aannemelijk is dat de belangen van de procesfinancier en TPC geheel parallel lopen (zie ook citaat onder 9.48 hiervoor). Vervolgens concludeert het hof dat thans aan de ontvankelijkheidseisen die de wet stelt op het gebied van governance en de verhouding tot de financier is voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/204fecb539729dc2d2963e2def7bc9e945602c84af6e83a181b6feadf2c112c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 204fecb539729dc2d2963e2def7bc9e945602c84af6e83a181b6feadf2c112c7, en de alinea staat in dat document op bytes 249041 tot 249763.