Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2026

Onder 12.12 Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2026, ECLI:NL:PHR:2026:129.

In de Meta -zaak was door de Duitse rechter de vraag gesteld of art. 80 lid 2 AVG aldus moet worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale regeling die een vereniging die consumentenbelangen behartigt toestaat – ook wanneer zij geen opdracht daartoe heeft gekregen en los van de vraag of er sprake is van enige schending van concrete rechten van een betrokkene – in rechte op te treden tegen de vermeende dader van een inbreuk op de bescherming van persoonsgegevens en deze vereniging zich daarbij beroept op het verbod op oneerlijke handelspraktijken, een inbreuk op een consumentenbeschermingswet of het verbod op de toepassing van ongeldige algemene voorwaarden (punt 51). Het HvJEU beantwoordde deze vraag ontkennend. Art. 80 lid 2 AVG staat dus niet in de weg aan een nationale regeling zoals hiervoor vermeld (punt 83).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/204fecb539729dc2d2963e2def7bc9e945602c84af6e83a181b6feadf2c112c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 204fecb539729dc2d2963e2def7bc9e945602c84af6e83a181b6feadf2c112c7, en de alinea staat in dat document op bytes 313380 tot 314268.