Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2026
Onder 13.32 Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2026
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2026, ECLI:NL:PHR:2026:129.
Vanwege het opknippen van de WAMCA-procedure in een ontvankelijkheidsfase en een inhoudelijke fase (zie onder 4.7), kan worden verdedigd dat als de rechtbank oordeelt dat de belangenorganisatie niet-ontvankelijk is en het hof daar anders over denkt, de inhoudelijke fase vanaf het begin af aan, dus door de rechtbank, moet worden opgepakt. Het voordeel hiervan is dat ook de inhoudelijke fase van een WAMCA-procedure in twee feitelijke instanties kan worden beoordeeld. Daarmee kunnen ook beide partijen profiteren van de herkansingsmogelijkheid die het hoger beroep dient. Doordat het hier om een specifieke uitzondering gaat op het terugwijsverbod, hoeft niet gevreesd te worden dat er onduidelijkheid ontstaat over de situaties waarin het terugwijsverbod wel of niet geldt (zie voor dat argument hiervoor onder 13.5).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/204fecb539729dc2d2963e2def7bc9e945602c84af6e83a181b6feadf2c112c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 204fecb539729dc2d2963e2def7bc9e945602c84af6e83a181b6feadf2c112c7, en de alinea staat in dat document op bytes 376866 tot 377700.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/204fecb539729dc2d2963e2def7bc9e945602c84af6e83a181b6feadf2c112c7 | shasum -a 256