Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2026
Onder 3.19 Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2026
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2026, ECLI:NL:PHR:2026:129.
Hierna heeft het hof de governance en de invloed van de procesfinancier beoordeeld (rov. 4.8.1 e.v.). Het hof stelt vast dat thans een voltallig bestuur en een voltallige raad van toezicht in functie zijn, van wie de kundigheid en geschiktheid niet aanleiding geven tot twijfel. Aan art. 3:305a lid 2 sub a en e BW is dan ook voldaan (rov. 4.9.1). Ook is niet gebleken dat het inmiddels ingestelde voltallige bestuur commerciële motieven heeft die via TPC gerealiseerd worden (art. 3:305a lid 3 sub a BW, rov. 4.9.2. Ten slotte acht het hof het voldoende aannemelijk dat de belangen van de procesfinancier en TPC geheel parallel lopen en is het overleggen van de financieringsovereenkomst niet nodig. Of dat in een later stadium anders wordt, valt nu nog niet te overzien (rov. 4.9.4). Op dit moment is aan de ontvankelijkheidseisen die de wet stelt op het gebied van governance en de verhouding tot de financier voldaan (rov. 4.10).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/204fecb539729dc2d2963e2def7bc9e945602c84af6e83a181b6feadf2c112c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 204fecb539729dc2d2963e2def7bc9e945602c84af6e83a181b6feadf2c112c7, en de alinea staat in dat document op bytes 29603 tot 30550.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/204fecb539729dc2d2963e2def7bc9e945602c84af6e83a181b6feadf2c112c7 | shasum -a 256