Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026
Onder 4.9. Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:224.
Voor zover de toewijsbaarheid van de vorderingen tegen de ankergedaagde van belang zou zijn voor de vaststelling van de rechtsmacht op grond van art. 8 lid 1 Verordening Brussel I-bis – dit hof heeft daar een vraag over gesteld aan het HvJEU (zie ECLI:NL:GHAMS:2023:2570) – en zou moeten worden aangenomen dat dit artikel niet kan worden toegepast bij een onvoldoende substantiëring van de vordering tegen de ankergedaagde, is daarin in het onderhavige geval gelet op de door SEC gegeven onderbouwing van haar vorderingen geen beletsel gelegen voor het aannemen van rechtsmacht. Bovendien hebben ook volgens Mercedes zowel [eiseres 4] als [D] (enkele) Voertuigen verkocht die mogelijk binnen de reikwijdte van de ankervordering vallen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63, en de alinea staat in dat document op bytes 38625 tot 39378.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63 | shasum -a 256