Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026

Onder 4.6 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:224.

64 Zoals blijkt uit het verzoek om een prejudiciële beslissing treedt een stichting of vereniging die een representatieve vordering instelt, naar Nederlands recht immers op als zelfstandige belangenbehartiger van personen die, ook al zijn zij niet individueel geïdentificeerd, gelijksoortige belangen hebben. Verzoeksters in de hoofdgedingen oefenen aldus een eigen recht uit, namelijk het recht om de collectieve belangen te behartigen en te beschermen van een „nauw omschreven groep” die bestaat uit niet-geïdentificeerde maar wel identificeerbare personen, te weten de gebruikers – zowel consumenten als professionele gebruikers – die door de ontwikkelaars ontworpen apps hebben gekocht in de NL App Store waartoe zij toegang hebben via hun aan Nederland gekoppelde Apple ID en waarvan de woonplaats of zetel zich voor de meeste gebruikers op het gehele grondgebied van die staat zal bevinden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63, en de alinea staat in dat document op bytes 77608 tot 78528.