Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026
Onder 4.6 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:224.
68 Uit het voorgaande volgt dat in situaties als die in de hoofdgedingen iedere rechterlijke instantie die materieel bevoegd is om kennis te nemen van een representatieve vordering die is ingesteld door een instantie die bevoegd is om de collectieve belangen van een aantal niet-geïdentificeerde maar wel identificeerbare gebruikers te beschermen, op grond van de plaats waar de schade is ingetreden in de zin van artikel 7, punt 2, van verordening nr. 1215/2012, internationaal en territoriaal bevoegd is om kennis te nemen van de gehele vordering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63, en de alinea staat in dat document op bytes 81102 tot 81665.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63 | shasum -a 256