Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026

Onder 4.6 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:224.

76 Gelet op een en ander dient op de tweede vraag, onder a) en b), te worden geantwoord dat artikel 7, punt 2, van verordening nr. 1215/2012 aldus moet worden uitgelegd dat binnen een markt van een lidstaat die beweerdelijk wordt beïnvloed door mededingingsverstorende gedragingen waarbij de beheerder van een onlineplatform dat op alle in die staat gevestigde gebruikers is gericht een buitensporige commissie inhoudt op de prijs van apps en digitale in-appproducten die op dat platform worden verkocht, iedere rechterlijke instantie van die lidstaat die materieel bevoegd is om kennis te nemen van een representatieve vordering die is ingesteld door een instantie die bevoegd is om de collectieve belangen te beschermen van een aantal niet-geïdentificeerde maar wel identificeerbare gebruikers die op dat platform digitale producten hebben gekocht, op grond van de plaats waar de schade is ingetreden internationaal en territoriaal bevoegd is om kennis te nemen van deze vordering ten aanzien van al die gebruikers.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63, en de alinea staat in dat document op bytes 81993 tot 83028.