Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026
Onder 4.10 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:224.
Volledigheidshalve en mede ten behoeve van de praktijk – waarin met regelmaat sprake is van grensoverschrijdende collectieve acties, terwijl collectieve acties veel van de tijd en menskracht van de gerechten vragen – bespreek ik de klachten van onderdeel 1. In de conclusie van heden van A-G Ibili in de hiervoor in 1.4 genoemde zaak 24/04589 tussen SDEJ en Stellantis c.s. wordt uitvoerig ingegaan op de bevoegdheidsregel van art. 8 aanhef en onder 1 Brussel I-bis. Ik verwijs dan ook in de eerste plaats naar de uiteenzettingen daarover in die conclusie onder 3.2-3.8. Hierna zal ik uitsluitend op die aspecten van art. 8 aanhef en onder 1 Brussel I-bis ingaan die niet in de conclusie van A-G Ibili aan de orde komen. Dat zijn steeds aspecten die specifiek betrekking hebben op het oordeel van het hof en het middel in deze zaak en die geen (belangrijke) rol spelen in zaak 24/04589.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63, en de alinea staat in dat document op bytes 89364 tot 90331.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63 | shasum -a 256