Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026

Onder 4.16 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:224.

39. Bijgevolg moet de tweede prejudiciële vraag in beide zaken aldus worden beantwoord dat er bij de toetsing van de bevoegdheid op grond van artikel 8, punt 1, van de Brussel I bis-verordening weliswaar rekening moet worden gehouden met de toewijsbaarheid van de vordering jegens de ankergedaagde, maar alleen als een aanwijzing dat de verzoeker de voorwaarden voor toepassing van genoemde bepaling niet kunstmatig heeft gecreëerd, hetgeen wel het geval kan zijn wanneer de vordering kennelijk ongegrond is.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63, en de alinea staat in dat document op bytes 107355 tot 107945.