Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026
Onder 4.22 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:224.
Het subonderdeel stelt in essentie de wijze aan de orde waarop de bevoegdheidsregel van art. 8 aanhef en onder 1 Brussel I-bis moet worden toegepast bij een collectieve actie op de voet van art. 3:305a BW. In 3.22 van de genoemde conclusie van A-G Ibili is uiteengezet dat wanneer wordt vastgesteld dat is voldaan aan de vereisten voor het aannemen van rechtsmacht op grond van art. 8 aanhef en onder 1 Brussel I-bis, dat voor het aangezochte gerecht in de lidstaat van de woonplaats van de ankergedaagde de bevoegdheid oplevert om in volle omvang te oordelen over de samenhangende vorderingen tegen de medegedaagden uit andere lidstaten. Verder volgt uit hetgeen in 4.7 van die conclusie is vermeld, dat voor de toepassing van art. 8 aanhef en onder 1 Brussel I-bis niet is vereist dat tussen de groep van gedupeerden ten behoeve van wie de vordering tegen de ankergedaagde is ingesteld en tussen de groep van gedupeerden ten behoeve van wie de vorderingen tegen de in een andere lidstaat gevestigde gedaagde is ingesteld, een bepaalde mate van overlap bestaat, anders dan dat de vorderingen waarmee voor de beide groepen wordt opgekomen nauw met elkaar samenhangen in de zin van art. 8 sub 1 Brussel I-bis. In aanvulling hierop merk ik het volgende op.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63, en de alinea staat in dat document op bytes 116076 tot 117344.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63 | shasum -a 256