Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026

Onder 4.26 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:224.

In het hiervoor in 4.6 weergegeven arrest in de zaak Apple heeft het Hof van Justitie EU zich voor het eerst daadwerkelijk uitgelaten over de betekenis van de collectieve actie bij de toepassing van Brussel I-bis. Het arrest is baanbrekend te achten. A-G Campos Sánchez-Bordona had in zijn conclusie vóór het arrest nog betoogd dat het voor de uitleg van art. 7 aanhef en onder 2 Brussel I-bis geen verschil maakt dat de vordering is ingesteld door een organisatie die naar nationaal recht bevoegd is om in eigen naam representatieve vorderingen in te stellen om de belangen van een groot aantal gebruikers te behartigen. De huidige regels brengen volgens hem mee dat de belangenorganisatie die een collectieve actie wil instellen wegens inbreuken die zich op verschillende plaatsen in Nederland voordoen en waarvan de gevolgen zich in verschillende arrondissementen van dat land doen voelen, haar vordering moet instellen in een andere lidstaat indien zij deze richt tegen een gedaagde die daar is gevestigd, dat wil zeggen op grond van de hoofdregel van art. 4 onder 1 Brussel I-bis. In de tot nu toe over het arrest verschenen commentaren is, overeenkomstig deze zienswijze, wel de kritiek geuit dat het Hof van Justitie EU daarmee de toepassing van art. 7 aanhef en onder 2 Brussel I-bis zodanig heeft opgerekt dat zij treedt in het domein van de Uniewetgever.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63, en de alinea staat in dat document op bytes 125927 tot 127435.