Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026
Onder 4.30 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:224.
Tot slot volgt uit het arrest van het Hof van Justitie EU in de zaak Apple onmiskenbaar dat een collectieve actie op de voet van art. 3:305a BW juist anders moet worden behandeld dan een bundeling van gecedeerde vorderingen. Het Hof van Justitie EU heeft, als al gezegd, in dat arrest geoordeeld dat gelet op de aard en de kenmerken van de collectieve actie van een gerecht niet kan worden verlangd dat het met het oog op de vaststelling van zijn relatieve bevoegdheid de achterliggende vorderingen van de benadeelden op het relevante aanknopingspunt – in die zaak: het Erfolgsort – onderzoekt (punt 66), dat de onmogelijkheid daartoe niet impliceert dat de bevoegdheidsregel van art. 7 aanhef en onder 2 Brussel I-bis niet van toepassing is (punt 67), en dat in een collectieve actie zoals in die zaak aan de orde was, ieder internationaal bevoegd gerecht ook relatief bevoegd is om van de collectieve vorderingen kennis te nemen (punt 68). Het Hof van Justitie EU heeft daarbij ook uitdrukkelijk een onderscheid gemaakt met het geval van bundeling van gecedeerde vorderingen dat in de zaak CDC/Akzo Nobel aan de orde was. Dat betreft naar zijn oordeel een ander geval dat anders wordt behandeld (punt 63).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63, en de alinea staat in dat document op bytes 139760 tot 140989.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63 | shasum -a 256