Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026

Onder 4.38 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:224.

Subonderdeel 1.5 is gericht tegen het oordeel van het hof in rov. 4.10 derde alinea dat als vereist voor de toepassing van art. 8 aanhef en onder 1 Brussel I-bis in voldoende mate eenzelfde situatie, feitelijk en rechtens, aan de orde is en dat met gezamenlijke behandeling van de vorderingen tegen Mercedes en de ankergedaagde wordt voorkomen dat verschillende rechters ter zake daarvan dezelfde vragen moeten beantwoorden en tegenstrijdige beslissingen (kunnen) geven. Het subonderdeel klaagt dat dit oordeel onjuist, althans onbegrijpelijk is, gelet op de (door Mercedes aangedragen) verschillen in feitelijke grondslag, rechtsgrondslag en ingeroepen rechtsgevolg tussen enerzijds de vorderingen tegen Mercedes en anderzijds de vorderingen tegen de Partners, onder wie [eiseres 4] en [D] . Voor zover het hof één of meer van de in rov. 4.7-4.8 beschreven maatstaven – waaronder de regel dat de bevoegdheidsgrond van art. 8 lid 1 Brussel I-bis eng moet worden uitgelegd – heeft miskend, is zijn oordeel onjuist, althans onbegrijpelijk, aldus het subonderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63, en de alinea staat in dat document op bytes 156539 tot 157669.