Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026

Onder 5.4 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:224.

Voor het materiële recht is het beeld minder eenvormig. Hoewel art. 68a lid 1 ONBW, zoals gezegd, onmiddellijke werking tot uitgangspunt neemt, heeft de wetgever bij de invoering van het nieuwe BW telkens per bepaling “afgewogen wat voor het rechtsleven de beste keuze lijkt, en of de voordelen van het nieuwe recht in het concrete geval wel opwegen tegen het belang van degenen wier rechtsverhouding nog onder het oude recht begon en die op de handhaving daarvan rekenden”. Dit heeft geresulteerd in een betrekkelijk groot aantal specifieke overgangsrechtelijke bepalingen in de ONBW, die in meer of mindere mate afwijken van de hoofdregel van onmiddellijke werking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63, en de alinea staat in dat document op bytes 175445 tot 176258.