Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026
Onder 5.21 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:224.
“De uitbreiding [onder 3°] dat de gebeurtenis of gebeurtenissen in Nederland heeft respectievelijk hebben plaatsgevonden, brengt mee dat een belangenbehartiger wel mag opkomen voor in meerderheid benadeelde personen van buiten Nederland als de gebeurtenis of gebeurtenissen zich in Nederland heeft of hebben voorgedaan. Ook dit vereiste leidt tot een voldoende nauwe band met Nederland. Stel, een groep buitenlandse toeristen afkomstig uit diverse landen wordt in Amsterdam beroofd door een buitenlandse bende. De bende wordt gepakt en de toeristen willen hun schade op de bendeleden verhalen. Omdat de schadeveroorzakende gebeurtenis (de beroving) zich in Nederland heeft voorgedaan, mag een belangenbehartiger die voldoet aan de eisen van 3:305a BW in Nederland een collectieve actie starten, ook al komt hij op voor de belangen van personen die hun gewone verblijfplaats buiten Nederland hebben. (…)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63, en de alinea staat in dat document op bytes 212773 tot 213693.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63 | shasum -a 256