Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026

Onder 5.66 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:224.

Subonderdeel 2.6 klaagt dat, ook wanneer de hiervoor weergegeven overweging van het hof over de gemene deler van de collectieve vorderingen van SEC tot uitgangspunt wordt genomen, het oordeel van het hof dat “daarom” het in Nederland in het verkeer brengen van voertuigen die zijn voorzien van een vermeend manipulatie-instrument, moet worden aangemerkt als de ‘gebeurtenis(sen)’ waarop de collectieve vorderingen van SEC zien, onjuist, althans onbegrijpelijk is. Ten eerste is het oordeel van het hof volgens het subonderdeel onjuist, voor zover het hof heeft miskend dat het een ‘schadeveroorzakende gebeurtenis’ moet betreffen. Voor zover het hof dat niet heeft miskend, is zijn oordeel onbegrijpelijk gemotiveerd, omdat uit zijn overwegingen niet op begrijpelijke wijze is af te leiden waarom “het in Nederland in het verkeer brengen van voertuigen die zijn voorzien van een vermeend manipulatie-instrument” zou moeten worden aangemerkt als een gebeurtenis die (de) schade heeft (of kan hebben) veroorzaakt, en ook geen van partijen heeft gesteld dat dit als gebeurtenis als bedoeld in art. 119a lid 2 ONBW moet worden aangemerkt. Ten tweede is het oordeel van het hof volgens het subonderdeel onjuist, voor zover het hof heeft miskend dat onder “gebeurtenis” als bedoeld in art. 119a lid 2 ONBW moet worden verstaan “de initiële (en/of gemeenschappelijke en/of alles overkoepelende) schadeveroorzakende gebeurtenis” waarop de collectieve vorderingen zijn gebaseerd. Voor zover het hof dat niet heeft miskend, is zijn oordeel onbegrijpelijk gemotiveerd, omdat uit het arrest niet op begrijpelijke wijze is af te leiden waarom de door het hof beslissend geachte gebeurtenis als “initiële (en/of gemeenschappelijke en/of alles overkoepelende)” schadeveroorzakende gebeurtenis zou kunnen worden aangemerkt, althans, waarom niet gebeurtenissen die zich eerder hebben voorgedaan als zodanig zouden gelden, terwijl de rechtbank een eerdere gebeurtenis – namelijk het tot stand brengen van een illegaal manipulatie-instrument – als zodanig heeft aangemerkt en Mercedes c.s. hetzelfde hebben bepleit. Ten derde is het oordeel van het hof volgens het subonderdeel onjuist, althans onbegrijpelijk, omdat onduidelijk is wat het hof verstaat onder “het in Nederland in het verkeer brengen van voertuigen”, op welk tijdstip een voertuig naar het oordeel van het hof in Nederland in het verkeer wordt gebracht en hoe dat tijdstip moet worden vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63, en de alinea staat in dat document op bytes 307924 tot 310581.