Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026
Onder 8.4 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:224.
Het in art. 107 Rv bepaalde was vóór de herziening van het civiele procesrecht in 2002 opgenomen in art. 126 lid 7 (oud) Rv. Art. 126 lid 7 (oud) Rv bepaalde dat als er meer gedaagden zijn, de eiser de rechter van de woonplaats van een van hen kan kiezen. In het commentaar van Cleveringa op deze bepaling wordt opgemerkt dat deze geen onderscheid maakt “al naar gelang van het aandeel, dat ieder hunner in dezen rechtsstrijd heeft”. De grens is volgens Cleveringa daarin gelegen dat “door mededagvaarding van een volkomen willekeurige derde kunstmatig steeds de meest onredelijke bevoegdheid” wordt geschapen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63, en de alinea staat in dat document op bytes 344507 tot 345209.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63 | shasum -a 256