Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026
Onder 9.7 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:224.
De rechter in eerste aanleg zou genoemd probleem kunnen oplossen door de zaak aan te houden als sprake is van een niet-ontvankelijkverklaring van een deel van de eisende organisaties en van een hoger beroep van die organisaties daartegen. De procedure zou daarmee echter ernstige vertraging oplopen. Dat valt niet te rechtvaardigen. De rechter en partijen dienen immers te waken voor onredelijke vertraging van het geding (de art. 6 lid 1 EVRM en 20 Rv). De WAMCA-procedure moet bovendien effectief en efficiënt zijn, wat de hoofddoelstelling van de WAMCA is. Daarnaast geldt dat zolang het vonnis van de rechtbank niet is vernietigd, de juistheid daarvan uitgangspunt moet zijn. Vergaand rekening houden met de mogelijkheid dat dit niet geval is, past daar niet bij en is ook onwenselijk. Tot slot duren WAMCA-procedures nu al veel te lang (zie hiervoor in 5.49 tweede alinea). Deze weg is daarom m.i. zeer onaantrekkelijk en niet begaanbaar.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63, en de alinea staat in dat document op bytes 370521 tot 371542.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5cf2b6571790fb1b12febdadc10641f95e19b88670b4c713696952e4e2ec8d63 | shasum -a 256