Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2026

Onder 4.26 Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:277.

Op grond van art. 4:1132 lid 1, aanhef en onder 1°, BW (oud), moesten erfgenamen in de nederdalende lijn alle schenkingen die de erflater tijdens zijn leven aan hen heeft gedaan inbrengen, tenzij de giften met uitdrukkelijke vrijstelling van inbreng zijn gedaan, of de begiftigden bij authentieke akte of bij uiterste wil van de verplichting tot inbreng zijn ontheven. Bij stilzwijgen gold als uitgangspunt dus een inbrengplicht. De regels over inbreng waren ook van toepassing indien erflater een ouderlijke boedelverdeling had gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2dbb789782edf1006242009eb5d5cb5c0a39518038caa9dd8ae3023b4090a1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2dbb789782edf1006242009eb5d5cb5c0a39518038caa9dd8ae3023b4090a1f, en de alinea staat in dat document op bytes 53685 tot 54427.