Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 april 2026

Onder 4.28 Parket bij de Hoge Raad 17 april 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 april 2026, ECLI:NL:PHR:2026:414.

Het subonderdeel doelt kennelijk op de regel dat indien van een vermogensbestanddeel aan de hand van de beschrijving niet kan worden bepaald welke rechtspersoon na splitsing daarvan rechthebbende is, de gesplitste rechtspersoon rechthebbende is van dat vermogensbestanddeel indien niet het gehele vermogen is overgegaan (art. 2:334s lid 1 en lid 3 BW). Ik zie niet waaruit zou blijken dat het hof dit zou hebben miskend. Het hof heeft immers geoordeeld dat wél sprake is van een voldoende nauwkeurige omschrijving (rov. 3.17-3.18). Er is dus geen sprake van een situatie dat de vermogensbestanddelen niet nauwkeurig zijn omschreven. De klachten missen daarom feitelijke grondslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/69f0cf0de09dd746f031178fcb857e0b648afe655a0b48059692aa55623e8b25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 69f0cf0de09dd746f031178fcb857e0b648afe655a0b48059692aa55623e8b25, en de alinea staat in dat document op bytes 48908 tot 49602.