Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2026

Onder 3.46 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2026, ECLI:NL:PHR:2026:541.

30 Het staat aan de nationale rechter om, in het kader van een verbodsactie in het algemeen belang die namens de consumenten is ingesteld door een bij de nationale wettelijke regeling aangewezen instantie, gelet op artikel 3, leden 1 en 3, van de richtlijn te beoordelen of een beding als dat aan de orde in het hoofdgeding, oneerlijk is. In het kader van die beoordeling dient de verwijzende rechter met name na te gaan of, in het licht van alle bedingen in de AV van consumentenovereenkomsten waarvan het betrokken beding deel uitmaakt, alsook in het licht van de nationale wettelijke regeling die de rechten en plichten bepaalt welke eventueel bovenop de rechten en plichten in de betrokken AV gelden, de redenen waarom of de wijze waarop de met de te verstrekken dienst verbonden kosten worden aangepast, op een duidelijke en begrijpelijke manier zijn gespecificeerd en of de consumenten, in voorkomend geval, het recht hebben om de overeenkomst te beëindigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a07ac83540c839f526d08250ecc9413e4293a30de413766f21c9274710d855c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a07ac83540c839f526d08250ecc9413e4293a30de413766f21c9274710d855c1, en de alinea staat in dat document op bytes 90514 tot 91492.