Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2026
Onder 3.99 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2026
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2026, ECLI:NL:PHR:2026:541.
3.104 Richtlijn 93/13 verplicht de lidstaten volgens art. 7 lid 1, in verbinding met de laatste overweging van de considerans, in doeltreffende en geschikte middelen te voorzien ‘om een eind te maken aan het gebruik van oneerlijke bedingen in overeenkomsten tussen consumenten en verkopers’. Met deze doelstelling is volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU onverenigbaar dat de rechter de bevoegdheid zou hebben om de inhoud van oneerlijke bedingen te herzien. Dit zou anders ertoe kunnen bijdragen dat de afschrikkende werking teniet wordt gedaan die voor gebruikers van de bedingen daarin besloten ligt dat dergelijke oneerlijke bedingen zonder meer buiten toepassing worden gelaten ten aanzien van de consument.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a07ac83540c839f526d08250ecc9413e4293a30de413766f21c9274710d855c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a07ac83540c839f526d08250ecc9413e4293a30de413766f21c9274710d855c1, en de alinea staat in dat document op bytes 168993 tot 169809.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a07ac83540c839f526d08250ecc9413e4293a30de413766f21c9274710d855c1 | shasum -a 256