Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2026
Onder 3.99 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2026
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2026, ECLI:NL:PHR:2026:541.
3.114 Het herzieningsverbod staat eraan in de weg dat partiële nietigheid wordt ingezet voor een resultaat dat erop neerkomt dat het oneerlijk bevonden beding wordt herzien. Ook moet met de vaststelling naar nationaal recht van concrete juridische gevolgen van de vaststelling of een beding oneerlijk is, de situatie kunnen worden hersteld waarin de consument zich zonder dat oneerlijke beding rechtens en feitelijk zou hebben bevonden. Dat betekent dat bij een uitkomst waarbij de overeenkomst nietig is, voor de consument recht op terugbetaling dient te bestaan van de voordelen die de verkoper op grond van het oneerlijke beding ten nadele van de consument onverschuldigd heeft verkregen. Bij dit laatste doet echter (opnieuw) het evenredigheidsbeginsel als algemeen beginsel van Unierecht zich gelden: als een consument op grond van het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht aanspraak heeft op aanvullende schadevergoeding, mag dit niet verder gaan dan noodzakelijk is om de doelstellingen van de richtlijn te verwezenlijken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a07ac83540c839f526d08250ecc9413e4293a30de413766f21c9274710d855c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a07ac83540c839f526d08250ecc9413e4293a30de413766f21c9274710d855c1, en de alinea staat in dat document op bytes 180105 tot 181409.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a07ac83540c839f526d08250ecc9413e4293a30de413766f21c9274710d855c1 | shasum -a 256