Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2026

Onder 5.28 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2026, ECLI:NL:PHR:2026:541.

Ook de overige stellingen zijn relevant als gezichtspunt voor de beoordeling van het realiteitsgehalte van de opzegmogelijkheid. Ik deel de analyse van de stellers van het middel dat het Hof van Justitie van de EU niet vereist dat een consument steeds zonder financiële last de overeenkomst kan opzeggen (vergelijk hiervoor ‎3.44). Ook lijkt mij duidelijk dat geen regel bestaat die zegt dat niet toelaatbaar is dat ondanks prompte opzegging het verhoogde tarief tijdelijk gaat gelden. Niet alleen het arrest van het Hof van Justitie in de zaak RWE Vertrieb zegt dat duidelijk niet, mijns inziens is het ook niet te lezen in de conclusie van A-G Trstenjak (hiervoor ‎3.50 aangehaald). Weliswaar benoemt Trstenjak dat het de consument ontbrak aan de mogelijkheid om de overeenkomst op te zeggen voordat de prijsverhogingen, zelfs al voor een korte periode tot de eventuele opzegging, konden worden doorberekend, maar dat betreft slechts één van de omstandigheden die haar conclusie dragen dat feitelijk een reële opzeggingsmogelijkheid in de zaak ontbrak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a07ac83540c839f526d08250ecc9413e4293a30de413766f21c9274710d855c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a07ac83540c839f526d08250ecc9413e4293a30de413766f21c9274710d855c1, en de alinea staat in dat document op bytes 238250 tot 239361.