Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2026
Onder 4.20 Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2026
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2026, ECLI:NL:PHR:2026:556.
De vaststelling dat het slachtoffer tot zijn 20e bij de benadeelde partij inwoonde, rechtvaardigt de conclusie van de rechtbank dat destijds een relatie in gezinsverband bestond met een duurzaam karakter, maar dit zegt niets over de intensiteit en de aard van de relatie met het slachtoffer ten tijde van de gebeurtenis. Indien het door het hof bevestigde oordeel van de rechtbank door de Hoge Raad zo wordt gelezen dat hierin besloten ligt dat de vordering kan worden toegewezen, omdat de benadeelde partij ten tijde van de gebeurtenis in een zodanige nauwe persoonlijke relatie tot de overledene stond, dat uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeit dat hij voor de toepassing van art. 6:108 lid 3 BW als naaste wordt aangemerkt, is dit oordeel niet zonder meer begrijpelijk en daarmee ontoereikend gemotiveerd. Ook bij deze lezing slaagt het middel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/717f348ed9f15741692a25645da35dd7e4caccab26e2950cc2060f5b09d30419. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 717f348ed9f15741692a25645da35dd7e4caccab26e2950cc2060f5b09d30419, en de alinea staat in dat document op bytes 88943 tot 89857.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/717f348ed9f15741692a25645da35dd7e4caccab26e2950cc2060f5b09d30419 | shasum -a 256