Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2026

Onder 2.22. Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2026, ECLI:NL:PHR:2026:721.

Het hof overweegt als volgt. Met het begrip economische eigendom wordt gedoeld op het bestaan van een aantal verbintenisrechtelijke rechten en verplichtingen met betrekking tot een goed, die niet in alle gevallen dezelfde inhoud behoeven te hebben.i [voetnoot hof: HR 5 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN9687 (Vagobel/Geldnet), rov. 3.3.1.; HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:852, rov. 3.1.3] Het BW kent dit begrip als zodanig niet, maar in de praktijk is het een belangrijke rechtsfiguur, zowel in het burgerlijke recht als in het fiscale recht. De Wet op belastingen van rechtsverkeer (Wbr) geeft wel een definitie van het begrip economische eigendom. Artikel 2 lid 1 Wbr bepaalt dat overdrachtsbelasting wordt geheven ter zake van de verkrijging van in Nederland gelegen onroerende zaken of van rechten waaraan deze zijn onderworpen. In lid 2 van dit artikel staat:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8ed49974697c4185af5907bcaf604b5e98d984687dee9ad8786fd6b31538ced. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8ed49974697c4185af5907bcaf604b5e98d984687dee9ad8786fd6b31538ced, en de alinea staat in dat document op bytes 15868 tot 16744.