Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2026

Onder 2.24. Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2026, ECLI:NL:PHR:2026:721.

Naar het oordeel van het hof kan hieruit worden afgeleid dat de man zich – ook naar buiten toe – als aandeelhouder heeft gedragen en dat hij en alle andere betrokkenen, zoals zijn moeder, zijn broers en zussen en de vrouw ervan uitgingen dat de aandelen van hem waren. Iedereen, ook de boekhouder van de man, is hier jarenlang van uitgegaan. Bij het nemen van beslissingen heeft de man steeds volledig zelfstandig gehandeld. Van overleg met de moeder is geen sprake geweest, zo blijkt uit de verklaring van de man tijdens de zitting in hoger beroep. Vaststaat dat de waarde van de aandelen in de verhouding van de man tot zijn moeder geheel aan de man toekwam en niet aan zijn moeder als juridisch gerechtigde tot die aandelen. De man had aldus verbintenisrechtelijke rechten en verplichtingen met betrekking tot de aandelen in de B.V. die een belang van de man bij die aandelen vertegenwoordigden, waaronder het belang van waardeverandering van die aandelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8ed49974697c4185af5907bcaf604b5e98d984687dee9ad8786fd6b31538ced. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8ed49974697c4185af5907bcaf604b5e98d984687dee9ad8786fd6b31538ced, en de alinea staat in dat document op bytes 19123 tot 20099.