Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2026

Onder 3.7 ‘ Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2026, ECLI:NL:PHR:2026:721.

‘Economische eigendom’ is dus een diffuus paraplubegrip waarmee men bij de bepaling van civielrechtelijke rechtsposities niet per se iets opschiet. Het is zoals gezegd een begrip dat niet in het Burgerlijk Wetboek is opgenomen en ook niet op grond van rechtspraak een vastomlijnde privaatrechtelijke betekenis heeft. Vanwege de onbepaaldheid van het begrip ‘economische eigendom’ is in civielrechtelijk opzicht dan ook niet relevant of een bepaalde rechtsverhouding als zodanig kan worden gekwalificeerd. Uiteindelijk zijn de betrokken (contractuele) rechtsverhoudingen beslissend, namelijk of tussen partijen rechten en verplichtingen ten aanzien van een goed zijn ontstaan. Dit zal beoordeeld dienen te worden aan de hand van de wilsvertrouwensleer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8ed49974697c4185af5907bcaf604b5e98d984687dee9ad8786fd6b31538ced. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8ed49974697c4185af5907bcaf604b5e98d984687dee9ad8786fd6b31538ced, en de alinea staat in dat document op bytes 25429 tot 26202.