Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2026

Onder 3.12 Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2026, ECLI:NL:PHR:2026:721.

Het onderdeel klaagt dat het hof hiermee in strijd met art. 24 Rv buiten de grenzen van de rechtsstrijd van partijen is getreden. Aangevoerd wordt dat de vrouw niet heeft gesteld dat de man die verbintenisrechtelijke rechten en verplichtingen jegens zijn moeder heeft gehad, laat staan dat een dergelijke verbintenisrechtelijke aanspraak in de stellingen van de vrouw geconcretiseerd zou zijn. Volgens het onderdeel heeft de vrouw namelijk in dat kader slechts gesteld dat de B.V. en het daarin opgebouwde kapitaal ‘voor rekening en risico’ van de man zijn gekomen, en dat dit ‘dus’ ook zou gelden voor de waardestijging en daling. Op welke wijze het risico van waardeverandering zich in het vermogen van de man zou (kunnen) manifesteren is door de vrouw evenmin gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8ed49974697c4185af5907bcaf604b5e98d984687dee9ad8786fd6b31538ced. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8ed49974697c4185af5907bcaf604b5e98d984687dee9ad8786fd6b31538ced, en de alinea staat in dat document op bytes 28419 tot 29211.