Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2026
Onder 3.23 Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2026
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2026, ECLI:NL:PHR:2026:721.
Ook in dit geval meen ik, uitgaande van het oordeel van het hof dat de ‘economische eigendom’ bij de man ligt, dat van een essentiële stelling geen sprake is. Het hof is ervan uitgegaan dat de moeder na het overlijden van de vader rechthebbende was ten aanzien van de aandelen en dat ook is gebleven. Wel is de man volgens het hof ‘economisch eigenaar’ van de aandelen geworden. Door het overlijden van de moeder maken de aandelen deel uit van de onverdeelde nalatenschap, maar dat geldt ook voor eventuele vermogensrechten van de man ten aanzien van de aandelen (zijnde de ‘economische eigendom’). De uit een overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen gaan immers in beginsel over op de rechtsopvolgers onder algemene titel (art. 6:249 BW ), hetgeen betekent dat de man jegens de erfgenamen nog steeds recht heeft op zijn ‘economische eigendom’ (de rechten en verplichtingen ‘ten aanzien van’ de aandelen). Dat de aandelen zich in de onverdeelde nalatenschap bevinden, doet dus niet af aan de ‘economische eigendom’.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8ed49974697c4185af5907bcaf604b5e98d984687dee9ad8786fd6b31538ced. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8ed49974697c4185af5907bcaf604b5e98d984687dee9ad8786fd6b31538ced, en de alinea staat in dat document op bytes 40497 tot 41627.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8ed49974697c4185af5907bcaf604b5e98d984687dee9ad8786fd6b31538ced | shasum -a 256