Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 september 2026
Onder 4.4 Parket bij de Hoge Raad 15 september 2026
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 september 2026, ECLI:NL:PHR:2026:814.
Het hof heeft in het bestreden arrest eerst geoordeeld dat het verweer over de bejegening van [getuige] door de FIOD faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag en vervolgens beoordeeld of de verklaringen van [getuige] – in het licht van de eisen die voortvloeien uit art. 6 EVRM – voor het bewijs kunnen worden gebruikt. Hoewel het middel slechts is gericht tegen de uitkomst van de laatstgenoemde beoordeling van het hof, zal ik – vanwege de onderlinge samenhang – ook de motivering van het eerstgenoemde oordeel citeren. Het arrest houdt het volgende in:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbb2f0ed9402bda24fa0e72a8b9f8c9a81b1f37da8e2f50a5d1ee751b479e6be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbb2f0ed9402bda24fa0e72a8b9f8c9a81b1f37da8e2f50a5d1ee751b479e6be, en de alinea staat in dat document op bytes 48595 tot 49171.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cbb2f0ed9402bda24fa0e72a8b9f8c9a81b1f37da8e2f50a5d1ee751b479e6be | shasum -a 256