Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 september 2026
Onder 4.5 Parket bij de Hoge Raad 15 september 2026
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 september 2026, ECLI:NL:PHR:2026:814.
“2.3.1. In gevallen waarin de rechter voor het bewijs gebruik wil maken van een door een getuige afgelegde verklaring, terwijl de verdediging – ondanks het nodige initiatief – niet een behoorlijke en effectieve mogelijkheid heeft gehad om ten aanzien van die getuige het ondervragingsrecht uit te oefenen, moet de rechter nagaan of het proces als geheel eerlijk is verlopen. Hierbij zijn – met het oog op de beoordeling of de procedure in haar geheel voldoet aan het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces – van belang (i) de reden dat het ondervragingsrecht niet kan worden uitgeoefend met betrekking tot een getuige van wie de verklaring voor het bewijs wordt gebruikt, (ii) het gewicht van de verklaring van de getuige, binnen het geheel van de resultaten van het strafvorderlijke onderzoek, voor de bewezenverklaring van het feit, en (iii) het bestaan van compenserende factoren, waaronder ook procedurele waarborgen, die compensatie bieden voor het ontbreken van een ondervragingsgelegenheid. (Vgl. HR 20 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:576, rechtsoverweging 2.12.2.)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbb2f0ed9402bda24fa0e72a8b9f8c9a81b1f37da8e2f50a5d1ee751b479e6be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbb2f0ed9402bda24fa0e72a8b9f8c9a81b1f37da8e2f50a5d1ee751b479e6be, en de alinea staat in dat document op bytes 61377 tot 62490.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cbb2f0ed9402bda24fa0e72a8b9f8c9a81b1f37da8e2f50a5d1ee751b479e6be | shasum -a 256