Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 september 2026
Onder 4.7 Parket bij de Hoge Raad 15 september 2026
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 september 2026, ECLI:NL:PHR:2026:814.
“3.4.2. De enkele omstandigheid dat een getuige de aan hem gestelde vragen niet (volledig) beantwoordt omdat hij - al dan niet vanwege tijdsverloop - onvoldoende concrete herinneringen heeft aan wat hij met betrekking tot wat aan de verdachte is tenlastegelegd, heeft waargenomen of ondervonden, brengt niet mee dat een effectieve en behoorlijke ondervragingsmogelijkheid heeft ontbroken (vgl. HR 19 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:679, NJ 2016/471). Die omstandigheid kan wel relevant zijn bij de selectie en waardering van het bewijsmateriaal en daarop gerichte verweren, in het bijzonder ten aanzien van de eerder in het vooronderzoek afgelegde verklaring(en).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbb2f0ed9402bda24fa0e72a8b9f8c9a81b1f37da8e2f50a5d1ee751b479e6be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbb2f0ed9402bda24fa0e72a8b9f8c9a81b1f37da8e2f50a5d1ee751b479e6be, en de alinea staat in dat document op bytes 66452 tot 67126.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cbb2f0ed9402bda24fa0e72a8b9f8c9a81b1f37da8e2f50a5d1ee751b479e6be | shasum -a 256